Preek gehouden op: 22-01-2012 door Ds H. van den Berg
Maak een PDF van deze preek.
Filippenzen 1 : 9 – 11
Lezen: Johannes 15 : 1 – 8
Filippenzen 1 : 1 – 11
Tekst: Filippenzen 1 : 9 – 11
Zingen: Psalm 84 (Psalmen van nu)
Liedboek 28 : 1 en 3 (vers 1 schoollied, na wet)
Gezang 63 : 1 – 3 (na de lezing)
Psalm 96 : 1, 2 en 5 (na de prediking)
Opwekking 236 (na de collecte)
Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
Met een glimlach laat de Landman zijn ogen glijden over de wijnstokken. Ze staan er prachtig bij. Mooi in het blad, prachtige trossen druiven. Vol hangen ze te rijpen in de warme zon. Hij neemt één druif van de tros, wat ziet zo’n glanzend vruchtje er mooi gevuld uit. Hij steekt hem in de mond, en proeft nadenkend: heerlijk! Nog een dag of wat, dan is de pluk. Hij verheugt zich er op. Dit wordt een goed wijnjaar. Hij zal een mooi wijntje op de markt brengen, zijn label staat er toch al goed op. Hij heeft een goede naam gemaakt. Er is veel vraag naar Zíjn wijn. Dat zal er met de oogst van dit jaar niet minder op worden. Veel werk heeft Hij eraan besteed, de wijngaard met liefde verzorgd. Nu komt het moment dat Hij iets terug mag krijgen. Hij kan gerust zijn. Er komt véél goede vrucht van de wijnranken af. Hij kan tevreden zijn. Héél tevreden.
Hebben we dit verhaal al eens eerder gehoord? We hebben het net gelezen. Jezus heeft iets verteld, wat er op lijkt. De Land-man van de wijngaard is God. De wijnstok, is Christus. De ranken de gemeenteleden. God ziet graag vruchten. Goede vruchten! Ook bij de gemeente in Filippi. Daarom bidt Paulus voor de gemeente.
Paulus bidt dat de liefde in Filippi meer en meer wordt
Hij begon met danken. Maar niet alles is in orde, in Filippi. Dus bíd Paulus. Hij bidt dat de liefde blijft groeien. Er is al liefde in die gemeente. Hij ervaart dat zelf! Wat deed het hem goed gedaan dat de Filippenzen om hem denken. Hij zit in de gevangenis, zij vergeten hem niet. Hij bedankt een eindje verderop in de brief voor de goede gaven die ze hem hebben gestuurd. Wat een meeleven vanuit Filippi. Er ís liefde, daar. En ze groeit. Maar Paulus bidt of ze mag blijven groeien. Dat kan een diep verlangen zijn. Je merkt wat liefde doet. Echte liefde. Geen zogenaamde liefde. Mensen die hun behoeften willen bevredigen, en daar gebruiken ze anderen voor. Egoïstische zelfliefde. Je komt dat tegen in hoofdstuk 2: geldingsdrang, eigenwaan. Dat is er dus in Filippi. De echte liefde wordt bedreigd. Mensen die met lieve gevoelige woorden hun eigen zin doordrijven, hun mening opleggen. Uit liefde voor de gemeente, zeggen ze. Ze menen het. Maar ideeën van anderen moeten sneuvelen. De mening van een broeder wordt met vrome woorden bij het oud vuil gepraat, omdat jouw gedachte de voorrang moet krijgen; er kan met mooie woorden gepraat en vergaderd worden, terwijl de liefde er niet bij is. Als je dat overkomt, wat kun je dan verlangen naar groei in liefde! Je voelt je weggezet, miskend, niet gewaardeerd. Je hart schreeuwt: Was er maar meer liefde, Heer. Ik heb er zo weinig van gezien …de wil om elkaar te begrijpen, te respecteren en een stapje terug te doen, om er samen uit te komen…het was er niet, deze avond. HERE, laat de liefde groeien.
Je vraagt het voor jezelf. Wat zou jij graag die broeder en zuster bereiken. Er is iets tussen jou en hen, het lukt je niet om het goede gebaar te maken. Je kunt niet de taal van de liefde vinden, om hun hart te bereiken. Je zoekt ernaar, je kijkt uit naar het moment dat het gaat lukken, dat je hartelijk en in vertrouwen met elkaar door die éne deur kunt. Heb ik niet lief!? Je bidt: Heer, laat de liefde in mijn hart groeien, zodat ik woorden vind, mijn ogen iets uitstralen waardoor onze harten dichter bij elkaar komen.
De liefde is er…maar het is de ene dag sterker dan de andere. Soms is het een poosje vlak. Ik hou van mijn man…maar net of het de laatste tijd op een laag pitje staat. Ik wil dat anders…ik zou hem niet willen missen, ik zou niet zonder hem verder willen, maar ik mis het spontane…het is lauw…gesprekken zijn er haast niet of gaan nergens over…je bidt: God, geef dat de liefde groeit.
Je hebt liefde ervaren als iets moois. Liefde brengt samen, je warmt je aan elkaar. Liefde geeft veel vreugde, maakt je leven waardevol. Liefde delen maakt mensen gelukkig. Het laat je hart zingen, je kunt lachen van blijdschap, je geniet ván en mét elkaar. Liefde is heerlijk! Daar krijg je nooit genoeg van! Je snakt ernaar meer liefde te géven en te krijgen. Paulus ziet hoe belangrijk dat is voor de gemeente in Filippi. Ik bid dat uw liefde blijft groeien. Dat ze er meer en meer zal zijn, overvloedig wordt, over de randen van het bestaan plenst. Dat is wat de apostel bidt. Hij is niet gauw tevreden. Hij heeft ervaren hoe goed liefde doet…je hebt er nooit genoeg van.
Maar ze is niet te koop in de winkel. Zet liefde in de markt, maar waar haal jij een voorraadje liefde vandaan om te koop aan te bieden. Wie heeft er teveel en kan wat in de aanbieding doen? Liefde is trouwens niet een goedje dat zich laat verkopen, wie liefheeft wil alleen maar delen. Stel dat het wél kon, liefde in de markt, er komt geen handel op gang. Wil je er toch een prijskaartje aan hangen? Te duur. Zó kostbaar is liefde. Voor geen geld te koop.
Liefde laat zich niet organiseren. Daarom zegt Paulus ook niet tegen de gemeente: werk aan je liefde! Zet een cursus op! Onbegonnen werk. Je kunt erop studeren, erover lezen…maar liefde moet je krijgen. Ze is hier op aarde nergens te krijg. Heb jij al eens winkel gezien met een aanplakbiljet op de ramen: “wegens overdaad gratis liefde verkrijgbaar. Wees erbij: op = op!” Probeer het je in te denken: liefde in de opruiming. Geen adres op aarde!
Waar dan heen? Paulus weet het. Bidden, tot God! Hij heeft overdaad aan liefde, is één en al liefde, Hij kan missen, zonder dat Hij ooit tekort heeft. Hij kan royaal de harten van mensen vullen met dit kostbaar goed! Bidden…dát is de weg om liefde te ontvangen. Bidden…je hart wijd open zetten, en God vult bij, giet het naar binnen. Naar God toe, via Christus, de Zoon van zijn liefde. Aan het kruis wordt Gods liefde het meest zichtbaar, daar kijk je Hem recht in zijn hart. Wát heeft God toch véél te geven: Zijn Zoon. Wát een liefde! Wat een zorg van de Landman voor zijn gemeente. De sappen van zijn liefde trekken door de wijnstok heen, de ranken binnen. Dát is het, waar Paulus om bidt. Heer, laat de liefde blijven groeien, laat de gemeente in uw liefde blijven. In U blijven, Here Jezus, de ware wijnstok.
Liefde maakt blind. Zegt het spreekwoord. Paulus zegt wat anders. Liefde scherpt de blik. Je ziet dingen, waar je anders aan voorbijgaat. Het scherpt je inzicht. Je ziet de ellende van die man, het straalt hem de ogen uit. De nood van die moeder, zij weet zich geen raad met haar kinderen. Je hebt in één oogopslag door hoe de vork in de steel steekt. Dat is ook wel eens lastig…er komt zoveel op je af. Liefde…je hoort tussen de regels door. Liefde heeft aan een half woord genoeg. Dan gaan alle lampen branden. De liefde weet: hier moet ik helpen. Liefde wijst de weg: als ik het nu eens op deze manier aanpak. Paulus bidt erom: dat de liefde mag groeien in fijnzinnigheid. Je wordt fijngevoelig voor dingen, sensibel noemen ze dat. Liefde leeft zich daarin uit. Fijnzinnig wordt er naar een oplossing gezocht. Fijntjes maak je een opmerking: als je nou eens dít doet, en het zó aanpakt. Waar kortzichtigheid veel kapot maakt, kan liefdevol inzicht vaak herstellen. Waar grofheid en lomp gedrag mensen vertrapt, helpt fijnzinnigheid weer overeind. Liefde ziet ook scherp, waar iemand de fout in gaat. Je kúnt natuurlijk doen of je niks ziet…de andere kant opkijken…is dát liefde? Een ander in de prut van de zonde laten zitten? Liefde merkt het als een ander bezig is Gods liefde te verspelen. Ze ziet hem afhaken. Liefde ziet niet alleen…ze wil er wat mee. Ze lijdt eronder, dat die ander verkeerd bezig is. De liefde, jouw liefde, in jouw hart wil ermee aan de slag. Liefde ziet scherp…wat zonde kapot maakt, hoe iemand zichzelf en anderen de vernieling inhelpt…je kunt je er boos om maken, en terecht. God is ook boos over de zonde! Maar Híj laat het er niet bij zitten… Jij dus ook niet. Blijf niet steken in je boosheid, de liefde ziet dan tijd voor actie! Hier móet ik wat mee, ik geef om die ander. Liefde spant zich in, om die ander terug te brengen bij de Vader! In liefde spreek je aan, vermaan je. Liefde kent meer dan één manier van spreken: mild, vriendelijk, streng, scherp, aanmoedigend, bestraffend, verwijtend of opbeurend…liefde kiest de goede toonsoort. Fijnzinnig gekozen.
Bij de wijnstok zoeken de levenssappen hun weg naar de ranken. De liefde zoekt zich een weg naar de ranken van inzicht en fijngevoeligheid. Daar ontplooit de liefde zich, ze ontwikkelt haar kracht. Ze rijpt. Wat een zegen als er in de gemeente die rijpheid gevonden wordt. Nodig. Voor een gezonde omgang met elkaar.
Daar rust nóg een zegen op. “zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt”. Dat is belangrijk. Je kunt veel aandacht geven aan van alles en nog wat. Je kunt je heel druk maken over veel dingen. Daar gaat wat energie en tijd in zitten. Maar ben je wel bezig met de góede dingen? Besteed je je tijd wel nuttig? Dat zijn de vragen, die je overal tegenkomt. Goede bedrijfsvoering houdt zich hiermee bezig. We moeten efficient bezig zijn, gericht op resultaat. Gaan we nu als gemeente een B.V. worden, B.V. de Bron? Moest de gemeente van Filippi maar eens wat bedrijfsmatiger aan de slag? Beter plannen, efficiënt tijdsbeheer? Het kan nuttig zijn. Maar dat zal de líefde wel uitmaken. De líefde weet wat goed is. Er is in de wereld een hoop kennis voorhanden. Gemakkelijk te bereiken, met een paar muisklikken kom je een eind. En er is geen einde aan het lezen van veel boeken. Maar er is een probleem. Een probleem van de supermarkt. Er staan rekken vol met snoep. Alles ziet er heerlijk uit. Wat zal ik kiezen. Mamma zegt: Peter, je mag één ding kiezen. Peter wil eigenlijk van alles wel wat mee nemen. Hij weet het niet. Hij kán niet kiezen. Tenslotte zegt mamma: zullen we dit dan maar meenemen?
In de supermarkt van de wereld staan eindeloze rekken volge-stouwd met kennis. Nu komt het probleem. Je moet kiezen. Welke kennis kan ik gebruiken. Wát is nuttig, wáar kom ik echt verder mee. Waar komt het op aan? Dat leert ons de liefde, zegt de apostel. De liefde, gerijpt door inzicht en fijnzinnigheid, weet wat nodig is. Dát kan ik goed gebruiken, en dít is belangrijk voor…de gemeente. Zó zoekt de liefde zich een weg in de opbouw van de gemeente. Er vallen heel wat dingen af. Veel drukte is overbodig. Dingen die ik leuk vind, waar wij ons goed bij voelen, de liefde weet het vaak beter. Het gaat haar erom dat we bezig zijn met de goede dingen. Geen wonder dat de liefde het allereerst bij God zoekt. Daar komt ze immers vandaan? De liefde dringt ons naar het Woord van God. De Bijbel open. Die kennis voorop. Je raakt bekend, vertrouwd met de God van de Bijbel. Je ontwikkelt gevoel voor: dit wil God. Door de liefde gescherpte intuïtie beseft: dít vraagt de HERE in deze situatie van ons. In een wereld vol problemen, ingewik-kelde zaken, waar je maar niet doorheen kijkt, is dit gevoel voor Gods wil erg nodig. De liefde ontwikkelt in ons een antenne voor de kennis van God. Ze lokt ons naar wat Hij te zeggen heeft. Door de liefde raken we op de HERE afgestemd, zoals een man en vrouw op elkaar afgestemd raken. Een klein gebaar, een korte knik is soms al genoeg om te weten wat zij bedoelt. Zij voelt feilloos aan hoe hij over de dingen denkt. Ze hebben al zoveel samen gedeeld. Dat wil de liefde. Dat we delen met God, thuisraken in de kennis van God. Je hoeft niet overal een uitgesproken tekst voor…je kent de HERE zó goed, je hebt Hem zo lief, je wéét wat Hij goed vindt, en kwaad noemt. Zó vindt een rijpende gemeente haar weg. Naar de dag van de oogst. Dan begint de Landman de grote pluk. Wat voor vruchten zal Hij aantreffen?
Paulus laat ons niet lang in spanning. “Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn. Vol van de vruchten van gerechtigheid…” Het ziet er piekfijn uit. Zuiver, mooi, rein, geen vlekje te zien. Inderdaad, glanzende vruchten. Onberispelijk, ze stoten niet af, staat er eigenlijk. De gemeente heeft zo leren leven, dat anderen niet zeiden: “bah, wat een mensen, daar in die gemeente, pas op met die lui, geef ze geen hand, want je weet niet of je daarna al je vijf vingers nog hebt”. De gemeente in Filippi heeft zo geleefd dat ze mensen niet van zich vervreemd heeft. Verder: gevuld met de vruchten van gerech-tigheid. Gerechtigheid…je leeft recht voor de HERE. Zoals Hij wil. Je doet wat Hij van je vraagt, niet een klein beetje…volop. De vruchten hangen bij trossen aan de wijnstok! Fantastisch, wát een oogst! Hoe kán dit? Is Paulus niet té enthousiast!? Mogen we deze oogst verwachten? Van de gemeente in Filippi misschien. Maar bij ons? Waarom bij Filippi wel, en bij ons niet? In Filippi was het ook niet te verwachten…als je naar de mensen keek. Lees het briefje, het is om te huilen. Dat doet Paulus ook (Fil. 3 : 18). Toch zo’n geweldige oogst. Hoge kwaliteit. Kan dat hier? Je bent benieuwd: hoe kon het zo’n goede oogst worden? U dankt de vruchten aan Jezus Christus. Hij maakt die vruchten mooi, glanzend, veel, zuiver en lekker. Hij staat in de voor oogst. Als iemand in mij blijft en ik in hem, die zal veel vrucht dragen! Daar heb je het. Jezus is het geheim, van onze tekst, van deze brief. Weet u, hoe vaak zijn naam al is genoemd in de eerste 11 verzen van Filippenzen? Moet je thuis eens tellen. Zó vaak…heel die brief zou niet geschreven zonder Hem. Het draait om Hem. Hij vult ons als gemeente met vruchten van de gerechtigheid. Hoe dichter we bij Hem leven, hoe meer je er van ziet. Volmaakt wordt het op de grote dag, door Hem. Al zíjn gerechtigheid wordt mijn gerechtigheid. Zijn gehoorzaamheid wordt de mijne. Zijn liefde wordt mij toegerekend, alsof ik zelf zó lief had gehad als Hij. Tracht het u in te denken. De oogst…wordt één groot feest.
De Wijnboer…ik zie Hem al staan. Glimlachend gaan zijn ogen over de oogst. God weet: dít zal Mijn reputatie goed doen. Hier wordt iets geleverd van perfecte kwaliteit. Ieder zal Gods naam met eerbied noemen. Vol ontzag zullen ze zeggen: wat hebt U een prachtige oogst! Zó zal het zijn, als de oogst van deze gemeente in Berkel en Rodenrijs wordt binnengehaald. Denk je: dat moet ik nog zien…ik zie het nog niet voor me, dit is te mooi? Het gebeurt. De Here Jezus zegt in Johannes 15: "het zal gebeuren". Gelóóf maar. Als het om zijn eigen eer gaat, zet God zich ervoor in! Zijn Naam is hem lief.Hij zorgt dat het goed komt. Hij hééft er al voor gezorgd. Hij plantte een goede wijstok. De beste die er is. Er is er maar één van die soort. Met speciale naam: Jezus. Leef dicht bij Hem. Wees met Hem verbonden. Dan komt het hélemaal goed! Groei in liefde. Rijp in inzicht. Draag de vrucht die er mag zijn. Alles aan Hem te danken. Blijf in Hém. Dan komt er veel vrucht. Amen.